Overheidsmaatregelen<br>Corona-virus
Overheidsmaatregelen
Corona-virus
Een overzicht van de regelingen

Overheidsmaatregelen
Corona-virus

Er komt in deze tijd veel op u af, wij proberen orde voor u te scheppen in alle maatregelen. Hieronder vindt u een overzicht van de beschikbare regelingen.

NOW 1.0

Sinds maandag 6 april is het mogelijk om de compensatie voor de loonkosten aan te vragen.

Op 31 maart heeft de overheid de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) nader toegelicht. De regeling geldt in eerste instantie voor drie maanden, maar de overheid geeft nadrukkelijk aan dat deze kan worden verlengd indien noodzakelijk.

Hoogte subsidie
Indien u aan de voorwaarden voldoet, kunt u een subsidie aanvragen voor uw loonkosten. De hoogte is afhankelijk van uw loonkosten en van uw omzetdaling. Het percentage van uw loonkosten waar u een subsidie voor ontvangt, is 90% van het percentage dat uw omzet daalt. Enkele voorbeelden: indien u 100% omzetdaling heeft, ontvangt u een subsidie van 90% van uw loonkosten. Indien u 50% omzetdaling heeft, ontvangt u een subsidie van 45% van uw loonkosten.

Na goedkeuring van uw aanvraag stelt het UWV een voorschot beschikbaar van 80% van de te verwachten subsidie. Dit voorschot wordt in drie termijnen betaald. Het streven is dat de eerste betaling binnen 2-4 weken na de aanvraag aan u wordt uitbetaald.

Loonsom
De subsidie bedraagt maximaal 90% van uw loonsom. Onder deze loonsom valt het loon voor de sociale verzekeringen (SV-loon) uit tegenwoordige dienstbetrekking (dus bijvoorbeeld geen ontslagvergoedingen). Daarnaast wordt rekening gehouden met een vaste forfaitaire opslag van 30% over de loonsom, voor alle werkgeverslasten (denk aan werkgeverspremies, pensioenpremies, vakantietoeslag, enzovoorts). De subsidie wordt dus uiteindelijk gebaseerd op 130% van uw loonsom.

Alleen het loon tot tweemaal het maximum maandloon (€ 9.538 bruto per maand) komt in aanmerking. Het loon dat een werknemer ontvangt boven deze grens telt dus niet mee voor de subsidie.

De NOW staat ook open voor buitenlandse werkgevers die een werknemer in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd is. Uiteraard dienen ook zij aan alle voorwaarden te voldoen.

Let op: het salaris dat wordt betaald aan DGA’s die niet verplicht sociaal verzekerd zijn, telt niet mee voor de subsidie. Voor dit salaris kunt u dus géén subsidie aanvragen.

Bij de subsidieaanvraag zal worden gekeken naar uw loonkosten in januari 2020 (maal drie maanden). Op die loonkosten wordt uw subsidie (en daarmee uw voorschot) in eerste instantie gebaseerd. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt gekeken naar de feitelijke loonkosten in de maanden maart tot en met mei 2020. Indien de feitelijke loonkosten in deze maanden lager blijken te zijn, wordt de subsidie lager vastgesteld. Indien de feitelijke loonkosten in deze maanden hoger blijken te zijn, wordt géén hogere subsidie vastgesteld.

Voorwaarde 1: omzetdaling minimaal 20%
Om te berekenen wat uw omzetdaling is, moet u 25% van uw omzet in 2019 vergelijken met de verwachte omzet over een periode van drie aaneengesloten maanden in 2020. U mag daarbij zelf de startmaand van deze periode kiezen, de opties zijn: 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Met eventuele seizoensinvloeden of groeiambities is bewust geen rekening gehouden, om de regeling zo simpel mogelijk te houden.

Indien uw onderneming onderdeel is van een groep ondernemingen, moet de omzetdaling over de gehele groep worden berekend.

Indien de (verwachte) omzetdaling over de door u gekozen drie maanden gemiddeld 20% of hoger is, komt u in aanmerking voor de NOW-regeling.

Voorwaarde 2: inspanningsverplichting om loonkosten op peil te houden
U heeft als werkgever een inspanningsverplichting om uw loonkosten in de maanden maart tot en met mei 2020 zoveel mogelijk gelijk te houden aan uw loonkosten in januari 2020. Indien de loonkosten in maart t/m mei 2020 lager uitvallen, wordt over dit verschil achteraf een korting op uw subsidie toegepast. Deze korting is in veel gevallen niet naar rato, en kan behoorlijk oplopen. Het is in de meeste gevallen dus raadzaam om oproepkrachten door te betalen (minimaal het aantal uren dat zij in januari 2020 betaald hebben gekregen), en tijdelijke arbeidsovereenkomsten die in de komende maanden aflopen te verlengen tot minimaal 1 juni 2020.

Voorwaarde 3: geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen
U mag in de periode waarover u de subsidie wil aanvragen, géén ontslag aanvragen bij het UWV vanwege bedrijfseconomische redenen. Doet u dit toch, dan wordt een korting op uw subsidie toegepast die altijd hoger is dan de loonkosten die u zou besparen bij ontslag. Een ontslagaanvraag bij het UWV kost bovendien behoorlijk wat tijd (zeker in combinatie met de opzegtermijn die u in acht moet nemen). Dus indien u in aanmerking komt voor de NOW-regeling, is ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen in de meeste gevallen niet verstandig.

Overige voorwaarden

  • de verstrekte subsidie mag uitsluitend worden gebruikt voor betaling van uw loonkosten;
  • u verstrekt na afloop van de subsidieperiode definitieve omzetcijfers met accountantsverklaring (voor de kleinere aanvragen zal geen accountantsverklaring nodig zijn, wat onder ‘kleinere aanvragen’ moet worden verstaan wordt nog bekend gemaakt);
  • u informeert uw personeel (al dan niet via de OR/PVT) over de subsidieverlening;
  • u doet steeds tijdig loonaangifte, houdt een controleerbare administratie bij en verstrekt tot 5 jaar na datum vaststelling subsidie op verzoek inzicht in deze administratie;
  • indien u een loonkostensubsidie ontvangt op grond van de Participatiewet, moet u de instantie die deze subsidie verstrekt informeren indien u subsidie ontvangt op grond van de NOW.

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie moet u een verklaring afgeven dat u aan deze voorwaarden heeft voldaan.

Subsidie aanvragen
U kunt de subsidie aanvragen bij het UWV. Het benodigde formulier wordt (waarschijnlijk) 6 april a.s. beschikbaar gesteld. De aanvraag kan (vooralsnog) tot uiterlijk 31 mei a.s. worden ingediend. De datum van aanvraag is verder niet relevant, omdat met terugwerkende kracht tot 1 maart jl. subsidie kan worden aangevraagd wegens omzetderving.

Bij de aanvraag moet u aangeven welk percentage omzetdaling u verwacht, en in welke aaneengesloten periode van drie maanden. Ook moet u uw rekeningnummer vermelden, deze moet gelijk zijn aan het rekeningnummer waarop u betalingen van de Belastingdienst ontvangt inzake loonheffingen.

Om voor de subsidie in aanmerking te komen, moest u in het bezit zijn van een Nederlands bankrekeningnummer. Dit leverde veel problemen op voor buitenlandse werkgevers die slechts in het bezit zijn van een buitenlands rekeningnummer, en niet binnen afzienbare tijd een Nederlands bankrekeningnummer toegekend krijgen. Op 1 mei is de NOW-regeling op dit punt aangepast. Bepaald is dat ook werkgevers met een niet-Nederlands SEPA-bankrekeningnummer in aanmerking komen voor de subsidie. Zij kunnen momenteel nog geen aanvraag indienen, omdat het UWV bezig is om het aanvraagproces hierop aan te passen. Wel kunnen zij alvast contact opnemen met het UWV. Heeft u als buitenlandse werkgever geen SEPA-bankrekeningnummer? In dat geval kunt u de aanvraag later alsnog met dit nummer aanvullen. Een SEPA-bankrekeningnummer is aldus een vereiste om voor de NOW-regeling in aanmerking te komen.

Indien u reeds een aanvraag had ingediend voor werktijdverkorting, moet u het dossiernummer van deze aanvraag vermelden bij uw subsidieaanvraag.

De subsidieaanvraag is gekoppeld aan uw loonheffingennummer. Indien u meerdere loonheffingennummers heeft, moet u voor ieder loonheffingennummer een aanvraag indienen.

Uw (voorlopige) subsidieaanvraag wordt uiterlijk binnen 13 weken toe- of afgewezen (het voorschot wordt in de tussentijd reeds aan u betaald). De definitieve vaststelling van de subsidie van de NOW 1.0, kan worden aangevraagd vanaf 7 oktober 2020. Indien er een accountantsverklaring moet worden overlegd, dan dient u de aanvraag binnen 38 weken na 7 oktober 2020 in te dienen. Als u een verklaring van een deskundige derde dient te overleggen, bedraagt deze termijn 24 weken. Na uw aanvraag tot definitieve vaststelling heeft het UWV 52 weken de tijd om te beslissen op uw aanvraag.

Onze juristen staan voor u klaar om uw subsidieaanvraag in te dienen of u te ondersteunen bij uw aanvraag. Voor deze aanvraag is overigens géén eHerkenning nodig. Neem gerust contact op met onze juristen of uw vaste contactpersoon als wij u bij uw aanvraag van dienst kunnen zijn.

NOW 2.0

Zoals wij op 20 en 28 mei hebben gecommuniceerd, wordt de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) verlengd. Op dat moment was de regeling alleen nog op hoofdlijnen bekend. Inmiddels is de regeling volledig uitgewerkt. Maandag 22 juni heeft minister Koolmees deze regeling inzake de verlenging van de NOW 2.0, aangeboden aan de Tweede Kamer. De regeling is op donderdag 25 juni jl. gepubliceerd. Op enkele punten wijkt de definitieve regeling af van hetgeen eerder is gecommuniceerd.

Voor de NOW 2.0 geldt nog steeds dat bedrijven met minstens twintig procent omzetverlies een tegemoetkoming van maximaal negentig procent van hun loonkosten kunnen krijgen, naar rato van hun omzetverlies. De NOW wordt voor een periode van vier maanden verlengd, zodat een compensatie van de loonsom kan worden aangevraagd over de periode van juni tot en met september 2020. Dit is een maand langer dan de NOW 1.0.

De aanvraag van de subsidie kan worden ingediend vanaf 6 juli tot en met 31 augustus 2020. Het UWV heeft wederom 13 weken de tijd om te beslissen op uw aanvraag en het voorschot van 80% van het subsidiebedrag aan u uit te betalen.

Hieronder zullen wij de belangrijkste punten uit de definitieve NOW 2.0 regeling weergeven.

Omzet
Het criterium van minimaal 20% omzetdaling blijft dus ongewijzigd. Ook voor de NOW 2.0 dient weer een keuze voor de periode van omzetdaling te worden gemaakt. Voor de NOW 2.0 geldt een viermaandsperiode, welke kan beginnen op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. De omzetdaling moet worden berekend door de totale omzet van 2019 te delen door drie, waarna deze omzet dient te worden vergeleken met de te verwachten omzet in de gekozen viermaandsperiode in 2020. Voorwaarde hierbij is dat, indien u de NOW 1.0 heeft aangevraagd, de te kiezen viermaandsperiode moet aansluiten op de gekozen driemaandsperiode van de NOW 1.0, tenzij u de NOW 1.0 alsnog intrekt. In dat geval staat het u alsnog vrij om de viermaandsperiode te kiezen.

Let op: De Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB moet (in tegenstelling tot de TOGS in de NOW 1.0) wél worden meegeteld als omzet bij het bepalen van het percentage omzetdaling.

Loonsom
De loonsom van maart 2020 wordt als referentiemaand voor de subsidiehoogte gehanteerd. Indien de loonsom van maart niet bekend is, wordt uitgegaan van de loonsom van november 2019. De loonsom van de referentiemaand wordt vergeleken met de loonsom van de viermaandsperiode van 1 juni tot en met 30 september 2020.

Opslag werkgeverslasten
In de NOW 1.0 is rekening gehouden met een opslag van 30% voor werkgeverslasten, bovenop het bedrag van de loonsom. Deze opslag wordt in de NOW 2.0 verhoogd naar 40%. De subsidie wordt vanaf 1 juni 2020 dus gebaseerd op 140% van de loonsom.

Aanvullende voorwaarden

  • Indien u (of het concern gezamenlijk) een subsidievoorschot van € 100.000 of meer ontvangt of de subsidie op € 125.000 of meer wordt vastgesteld, dient u te verklaren dat u geen dividenden uitkeert, geen bonussen (waaronder winstdelingen) uitkeert aan het bestuur, en geen eigen aandelen inkoopt. Deze voorwaarde geldt voor het jaar 2020 en tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.
  • U dient te verklaren dat u in de periode van 1 juni tot en met 30 september 2020 geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen zal indienen. Doet u een dergelijke aanvraag toch, dan zal er een korting volgen op de subsidie van 100% (in plaats van 150%) van het SV-loon van de voor ontslag voorgedragen werknemer.
    Let op: de reguliere ontslagbescherming en de verplichting tot het betalen van de wettelijke transitievergoeding blijven gewoon bestaan.
  • Indien u in de periode van 30 mei tot en met 30 september 2020 een melding doet voor de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) en u vraagt voor 20 of meer werknemers per WMCO-werkgebied ontslag aan, dan wordt, naast de reguliere 100%-verlaging, de uiteindelijke totale subsidie extra gekort met 5%. Het subsidiebedrag wordt niet met 5% verlaagd, indien u een akkoord heeft bereikt met de betrokken vakbonden, een personeelsvertegenwoordiging of werknemers of (bij gebreke van een akkoord) mediation tussen partijen is aangevraagd. Mediation dient dan te worden aangevraagd bij een commissie van de Stichting van de Arbeid.
  • U moet als werkgever verklaren dat u zich in zal spannen om werknemers te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing. Deze bij-/omscholing is mogelijk via de bestaande Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen en de SLIM-regeling. Daarnaast stelt het kabinet een aanvullend noodfonds ter beschikking: “NL leert door”. Met behulp van dit fonds kunnen werknemers vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen volgen, om zich te kunnen aanpassen naar de nieuwe economische situatie.

Definitieve vaststelling van de subsidie
Bij de aanvraag van de vaststelling van de subsidie dient u een accountantsverklaring te overleggen in het geval u een voorschot van € 100.000 of meer heeft ontvangen, of indien de totale subsidie €125.000 bedraagt. Als u een voorschot heeft ontvangen van € 20.000 of meer, of als de totale subsidie € 25.000 of meer bedraagt, dan dient u een verklaring van een deskundige derde te overleggen. Indien u onder deze grens zit, heeft u geen verklaring nodig.

De definitieve vaststelling van de subsidie van de NOW 1.0, kan worden aangevraagd vanaf 7 oktober 2020. Indien er een accountantsverklaring moet worden overlegd, dan dient u de aanvraag binnen 38 weken na 7 oktober 2020 in te dienen. Als u een verklaring van een deskundige derde dient te overleggen, bedraagt deze termijn 24 weken.

Voor de NOW 2.0 kan dit worden aangevraagd vanaf 15 november 2020. In het geval u een accountantsverklaring dient te overleggen, heeft u hiervoor 38 weken na 15 november 2020 de tijd. Als de gekozen omzetperiode eindigt na 15 november, dan dient u de aanvraag te doen binnen 38 weken na afloop van de omzetperiode. In het geval van een verklaring van een deskundige derde, bedraagt deze termijn 24 weken.

Let op: anders dan eerder gecommuniceerd, hoeven de subsidies voor de NOW 1.0 en NOW 2.0 niet gelijktijdig te worden aangevraagd. Het is echter wel mogelijk de vaststellingaanvraag gelijktijdig in te dienen na 15 november 2020.

Na uw aanvraag tot definitieve vaststelling heeft het UWV 52 weken de tijd om te beslissen op uw aanvraag.

Tot slot
Voor de volledigheid: na indiening van de NOW-aanvraag (zowel voor 1.0 als 2.0) gelden voor u als werkgever ook nog een aantal overige voorwaarden. Om te voorkomen dat deze na indiening van de aanvraag worden vergeten, worden deze hierna opgesomd:

  • Streef ernaar om de loonsom in de maanden juni tot en met september 2020 niet lager te laten zijn dan in maart 2020. Een dalende loonsom leidt tot een flink(!) lagere subsidie. Houd werknemers, ongeacht de contractvorm, dan ook zo veel mogelijk in dienst en betaal het loon van de werknemers door. Mocht dit toch niet lukken, houd er dan rekening mee dat de subsidie alsnog deels wordt gekort en reserveer dan in ieder geval een deel, omdat er later een mogelijke terugbetalingsverplichting ontstaat. Per saldo bespaart u altijd door uw loonsom zo laag mogelijk te houden omdat nooit 100% wordt gecompenseerd, maar u kunt wel relatief goedkoop personeel hun volledige salaris doorbetalen.
  • Gebruik de subsidie alleen om de loonsom te betalen.
  • Informeer uw ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of werknemers over de tegemoetkoming.
  • Houd een administratie bij waarmee UWV kan controleren of u aan alle voorwaarden voor de tegemoetkoming voldoet. Bewaar dit tot 5 jaar na de vaststelling van de tegemoetkoming.
  • Blijf de loonaangifte op tijd doen.
  • Informeer UWV indien er omstandigheden zijn die gevolgen hebben voor de tegemoetkoming, bijvoorbeeld als het bedrijf stopt.
  • Werk mee aan onderzoek van UWV als dat nodig is om een beslissing over de tegemoetkoming te nemen. UWV kan tot 5 jaar na de vaststelling van de tegemoetkoming onderzoek doen.

NOW 3.0

De NOW 3.0 betreft wederom een compensatie voor de loonkosten. De NOW 3.0 zal (met terugwerkende kracht) gelden per 1 oktober 2020 en bestaat uit drie tijdvakken:

  • tijdvak 1: 1 oktober 2020 en 28 februari 2021
  • tijdvak 2: 1 januari 2021 en 31 mei 2021
  • tijdvak 3: 1 april 2021 en 31 augustus 2021

De tijdvakken staan los van elkaar, zodat u voor elk tijdvak kunt besluiten om wel of geen aanvraag te doen. Ook als u geen gebruik heeft gemaakt van de NOW 1.0 en/of de NOW 2.0, kunt u wél een aanvraag indienen voor de NOW 3.0.

Ten opzichte van de NOW 2.0 blijven een aantal voorwaarden ongewijzigd:

  • De vaste (forfaitaire) opslag voor de werkgeverslasten (zoals vakantiegeld en pensioenpremies) blijft 40%.
  • In de volgende gevallen geldt een verbod op het uitkeren van dividend, het betalen van bonussen/winstdelingen aan het bestuur en het inkopen van eigen aandelen:

a. indien het subsidievoorschot € 100.000 of meer bedraagt;
b. indien de definitieve subsidie op € 125.000 of meer wordt vastgesteld;
c. indien de aanvraag op het niveau van een individuele werkmaatschappij wordt ingediend (in plaats van op concernniveau)

  • U moet zich als werkgever blijven inspannen om werknemers bij of om te scholen. Deze bij-/omscholing is mogelijk via de bestaande Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen en de SLIM-regeling. Daarnaast heeft het kabinet reeds een aanvullend noodfonds ter beschikking gesteld: “NL leert door”, waar werknemers kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen, om zich te kunnen aanpassen naar de nieuwe economische situatie.
  • U ontvangt na de aanvraag wederom een voorschot van 80% van het subsidiebedrag, bij de definitieve vaststelling van de subsidie ontvangt u de overige 20%.

Er zijn echter ook een aantal wijzigingen/aanvullingen van toepassing in de NOW 3.0. Deze bespreken we hierna wat uitgebreider.

Omzet
De drempel van 20% omzetdaling blijft ongewijzigd in het eerste tijdvak. Vanaf het tweede tijdvak is echter een omzetdaling van 30% of meer vereist om in aanmerking te komen voor de NOW 3.0.

Tijdvak 1
Voor de omzetdaling moet een periode van drie maanden worden gekozen tussen 1 oktober 2020 en 28 februari 2021. U kunt er dus voor kiezen om de driemaandsperiode in te laten gaan op 1 oktober 2020, 1 november 2020, of 1 december 2020. Indien u ook de NOW 2.0 heeft aangevraagd, moet het eerste tijdvak van de NOW 3.0 aansluiten op het gekozen tijdvak in de NOW 2.0.

Tijdvak 2
Voor de omzetdaling moet een periode van drie maanden worden gekozen tussen 1 januari 2021 en 31 mei 2021. U kunt er dus voor kiezen om de driemaandsperiode in te laten gaan op 1 januari 2021, 1 februari 2021, of 1 maart 2021. Ook hier geldt dat de gekozen periode aan moet sluiten op de periode die is gekozen bij het eerste tijdvak van de NOW 3.0 (indien van toepassing).

Tijdvak 3
Voor de omzetdaling moet een periode van drie maanden worden gekozen tussen 1 april 2021 en 31 augustus 2021. U kunt er dus voor kiezen om de driemaandsperiode in te laten gaan op 1 april 2021, 1 mei 2021, of 1 juni 2021. Wederom moet de gekozen periode aansluiten op de periode die is gekozen bij tijdvak 2 van de NOW 3.0 (indien van toepassing).

De omzetdaling moet worden berekend door de totale omzet van 2019 te delen door vier, waarna deze omzet dient te worden vergeleken met de te verwachten omzet in de gekozen driemaandsperiode van de NOW 3.0.

Hoogte subsidie
Het vergoedingspercentage van de loonkosten zal per tijdvak langzaam worden verlaagd. In de NOW 1.0 en NOW 2.0 werd kort gezegd 90% van de loonkosten vergoed. In het eerste tijdvak van de NOW 3.0 zal nog slechts 80% van de loonkosten worden vergoed. In het tweede tijdvak zal het vergoedingspercentage 70% bedragen en in het derde tijdvak zal 60% van de loonkosten worden vergoed.  

Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in de eerste twee tijdvakken van de NOW 3.0 gelijk zijn aan de NOW 1.0 en 2.0, te weten € 9.538 per maand (tweemaal het maximum maandloon). In het derde tijdvak zal dit worden verlaagd naar maximaal € 4.845 per maand (eenmaal het maximum maandloon).

Loonsom
De loonsom van juni 2020 wordt als referentiemaand gehanteerd bij het berekenen van de subsidie. Indien de loonsom van juni niet bekend is, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020. De loonsom van de referentiemaand wordt bij de definitieve vaststelling van de subsidie vergeleken met de feitelijke loonsom in de verschillende tijdvakken in de NOW 3.0.

Vrijstellingspercentage
Bij de eerdere NOW-regelingen gold dat een daling van uw feitelijke loonsom ten opzichte van de loonsom in de referentiemaand, leidde tot een lagere subsidie. In de NOW 3.0 bestaat echter ruimte om uw loonsom te laten dalen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de subsidie. Dit is het zogenoemde ‘vrijstellingspercentage’. Het vrijstellingspercentage loopt op van 10% in het eerste tijdvak, naar 15% in het tweede tijdvak, tot 20% in het derde tijdvak.

Deze vrijstelling is bedoeld om u de mogelijkheid te beiden herstructureringen in organisatie door te voeren. Zodat u uw onderneming beter kunt inrichten op de huidige omstandigheden, en kunt voorbereiden op de toekomst.

Ontslagboete verdwijnt
De ontslagboete uit de NOW 1.0 en 2.0 bij een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen, verdwijnt. Bij de NOW 3.0 zal dus geen korting op de subsidie plaatsvinden bij ontslag.

Subsidie aanvragen
De subsidies kunnen voor de verschillende tijdvakken worden aangevraagd in de volgende periodes:
Tijdvak 1: vanaf 16 november 2020 tot en met 13 december 2020.
Tijdvak 2: vanaf 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.
Tijdvak 3: vanaf 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.

De verzoeken tot definitieve vaststelling van de subsidie kunnen worden ingediend vanaf september 2021.

TOGS: Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19

Bedrijven die als gevolg van de overheidsmaatregelen in verband met het Corona-virus ernstige schade lijden, kunnen een Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19 (TOGS) aanvragen. Deze tegemoetkoming bedraagt € 4.000, en is vrij besteedbaar. De tegemoetkoming hoeft niet te worden terugbetaald.

De eenmalige tegemoetkoming kan worden aangevraagd door bedrijven die onder de lijst met vastgestelde SBI-codes vallen (zie website RVO). 

Na kritiek op de TOGS vanwege de redelijk beperkte lijst met SBI-codes, heeft het kabinet op 7 april bekendgemaakt de TOGS-regeling uit te breiden met 136 extra SBI-codes (klik hier voor de aanvullende lijst). Door deze uitbreiding kunnen meer contactberoepen de TOGS aanvragen. Zo vallen nu onder meer kleinere mkb-winkeliers in de food, dienstverlening zoals taxi’s, praktijken van onder andere tandartsen, fysiotherapeuten en toeleveranciers van eet-en drinkgelegenheden of (culturele) evenementen ook onder de TOGS-regeling. Controleer of u in aanmerking komt voor de TOGS op de website van RVO. Valt uw bedrijf onder één van deze nieuw toegevoegde SBI-codes? Dan kunt u vanaf 15 april a.s. de aanvraag indienen bij het RVO.

Uw SBI-code vindt u op het uittreksel van uw bedrijf uit het KvK-register. U kunt ook het KvK-nummer van uw bedrijf invullen op voormelde website, dan ziet u direct of uw bedrijf in aanmerking komt voor de tegemoetkoming.

Daarnaast blijkt dat de SBI-codes van veel bedrijven niet (meer) klopt met hun feitelijke activiteiten. Daardoor zouden bedrijven die feitelijk wél in één van de aangemerkte sectoren vallen, niet in aanmerking komen voor de TOGS. Deze bedrijven kunnen dit via het formulier op deze site melden bij het RVO, deze gevallen worden afzonderlijk beoordeeld.

Aan welke voorwaarden moet uw bedrijf voldoen?

  • U verwacht dat uw onderneming in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies van tenminste € 4.000,- zal lijden.
  • U heeft minstens € 4.000,- aan vaste lasten in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 (ook na gebruik van de overige steunmaatregelen van de overheid).
  • Uw onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland op een adres dat is geregistreerd bij de KvK.
  • Het vestigingsadres van uw onderneming is niet uw woonadres (deze voorwaarde geldt niet indien u kroeg- of restauranteigenaar bent en een horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft).
  • Uw onderneming heeft maximaal 250 medewerkers in dienst (zie uittreksel KvK-register).
  • Uw onderneming moet zijn opgericht en ingeschreven bij de KvK vóór 15 maart 2020.
  • Uw onderneming is niet failliet en heeft geen verzoek tot verlening van surseance van betaling ingediend bij de rechtbank.
  • Uw onderneming is geen overheidsbedrijf.
  • Uw onderneming heeft in de afgelopen twee belastingjaren en het huidige belastingjaar samen niet meer dan € 200.000 aan overheidssteun ontvangen.

Indienen aanvraag
Voldoet u aan de voorwaarden? Dan kunt u direct een aanvraag indienen via deze link.

Indien gewenst kunnen wij deze aanvraag voor u indienen. Neem gerust contact met ons op om dit nader af te stemmen.
De aanvraag kan worden ingediend tot uiterlijk vrijdag 26 juni 2020.

Uitbetaling tegemoetkoming
De RVO toetst in samenwerking met de KvK of uw aanvraag aan de voorwaarden voldoet. Nadat de aanvraag is ingediend, probeert de RVO binnen twee weken een besluit te nemen. Na het besluit wordt de tegemoetkoming binnen enkele werkdagen aan u uitbetaald.

Tegemoetkoming Vaste lasten MKB 1.0

Zoals wij op 20 mei hebben gecommuniceerd, heeft het kabinet in navolging op de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS), de Tegemoetkoming Vaste Lasten MBK (TVL) geïntroduceerd. Deze regeling helpt mkb’ers bij het betalen van de vaste lasten in de maanden juni tot en met september, de tegemoetkoming bedraagt minimaal € 1.000 en maximaal € 50.000 belastingvrij.

Destijds was de TVL alleen nog op hoofdlijnen bekend, maar inmiddels is de regeling volledig uitgewerkt en op 29 juni officieel gepubliceerd.
Hierbij brengen wij u op de hoogte van de inhoud van deze regeling.

Voorwaarden TVL:

  • u heeft maximaal 250 werknemers in dienst;
  • uw bedrijf heeft een SBI-code die is opgenomen op deze lijst van het RVO;
  • u heeft meer dan 30% omzetverlies;
  • u heeft minimaal € 4.000 aan vaste lasten;
  • uw onderneming is vóór 15 maart 2020 opgericht;
  • u heeft een vestiging in Nederland;
  • u heeft minimaal één vestiging met een ander adres dan het privéadres, of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen op- of toegang. Deze eis geldt niet voor ambulante ondernemingen en horecaondernemingen met een horecagelegenheid;
  • uw bedrijf is niet failliet en u heeft geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.

U kunt zowel met uw hoofdactiviteit als nevenactiviteit aanspraak maken op de subsidie. Indien u slechts op basis van de nevenactiviteit in aanmerking komt, geldt dat de voorwaarden van 30% omzetverlies en € 4.000 aan vaste lasten betrekking moeten hebben op de nevenactiviteit van de onderneming.

Let op: de subsidie van de TVL telt mee als omzet in de NOW-regeling!

Hoe wordt de hoogte van de subsidie vastgesteld?

Maximaal 50% van de vaste lasten wordt vergoed. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stelt de hoogte van de subsidie met behulp van de volgende formule vast:

Omzet referentieperiode x % omzetverlies x % vaste lasten x 50%

Het voorschot van de subsidie bedraagt 80%.

Referentieperiode

Onder de omzet in de referentieperiode wordt in beginsel verstaan: de omzet van juni tot en met september 2019. Deze omzet blijkt uit uw btw-aangifte.

Indien u uw btw-aangifte per kwartaal doet, dan valt juni tot en met september in twee kwartalen. In dat geval neemt u de omzet van het tweede kwartaal (april tot en met juni) 2019 en deelt u dat bedrag door 3. Dit telt u op bij de omzet van het derde kwartaal (juli tot en met september) 2019.

Als u in 2019 was vrijgesteld van btw, dan dient u de omzet van juni tot en met september 2019 te berekenen en te onderbouwen met een jaarrekening of een ander bewijs uit de boekhouding van de omzetgegevens uit 2019.

Afwijkende referentieperiode
Indien uw bedrijf is gestart tussen 1 april en 15 november 2019, dan gebruikt u de omzetcijfers van de 4 maanden volgend op de maand van de start van de activiteiten.

Indien u tussen 15 november 2019 en 1 maart 2020 met uw onderneming bent gestart, berekent u de omzet in de periode na de dag van de start van de activiteit tot en met 15 maart 2020. Dit bedrag deelt u door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, waarna u dit vermenigvuldigt met 4.

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt berekend door de omzet in de referentieperiode te verminderen met de geschatte omzet in de maanden juni tot en met september 2020 en deze vervolgens te delen door te omzet in de betreffende referentieperiode. Oftewel:

Omzet referentieperiode – geschatte omzet juni t/m september 2020  x 100%
Omzet referentieperiode

Het omzetverlies wordt uitgedrukt in hele procenten.

Uw bedrijf is tussen 1 en 15 maart 2020 opgestart

Ingeval uw bedrijf tussen 1 en 15 maart 2020 is opgestart, heeft u niet voldoende gegevens om de referentieomzet en het omzetverlies vast te stellen. Om u toch enige ondersteuning te bieden, krijgt u in dat geval een tegemoetkoming van € 1.000. Uw vaste lasten moeten in de periode van juni tot en met september 2020 wel € 4.000 of meer bedragen.

Vaste lasten

U moet minimaal € 4.000 aan vaste lasten hebben in de maanden juni tot en met september. U hoeft bij uw aanvraag niet aan te tonen dat u € 4.000 vaste lasten heeft, tenzij u uw bedrijf na 29 februari 2020 voor de eerste maal hebt ingeschreven in het handelsregister.

Onder vaste lasten worden verstaan: de kosten die steeds doorlopen, zoals huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, afschrijving van apparatuur, leasecontracten en abonnementen. Loonkosten en variabele kosten (zoals energie en grondstoffen) worden hier niet onder verstaan. De loonkosten worden gecompenseerd door de NOW-regeling.

De RVO hanteert per sector een standaard percentage vaste lasten ten opzichte van de omzet, zie deze bijlage. U hoeft dit percentage dus niet zelf te berekenen, deze is forfaitair vastgesteld. De werkelijke vaste lasten kunnen afwijken van het vastgestelde percentage.

Ter verduidelijking

Voorbeeld 1: Toepassing formule

  • Bedrijf A behaalde in juni t/m september 2019 € 600.000 euro omzet (referentieomzet) en laat dit met zijn btw-aangifte zien;
  • Bedrijf A schat in dat het van juni t/m september 2020, door de coronacrisis, € 300.000 (50%) minder omzet heeft;
  • Het percentage vaste lasten in deze sector is vastgesteld op 40% van de omzet. Op basis van de normale omzet bedragen de vaste lasten € 600.000 x 40% = € 240.000. Bedrijf A komt dus in aanmerking voor de TVL, omdat het meer dan € 4.000 aan vaste lasten heeft;
  • Berekening hoogte tegemoetkoming: € 600.000 x 50% x 40% x 50%= € 60.000.
  • Bedrijf A krijgt het maximum bedrag aan tegemoetkoming van € 50.000 met een voorschot van € 40.000 (80%).
     

Voorbeeld 2: Niet voldoen aan de ondergrens van € 4.000

  • Bedrijf B behaalde in juni t/m september 2019 € 20.000 euro omzet (referentieomzet) en laat dit met zijn btw-aangifte zien;
  • Bedrijf B schat in dat het van juni t/m september 2020, door de coronacrisis, € 10.000 (50%) minder omzet heeft;
  • Het percentage vaste lasten in deze sector is vastgesteld op 10% van de omzet. Op basis van de normale omzet bedragen de vaste lasten € 20.000 x 10% = € 2.000.
  • Bedrijf B valt daarmee onder de grens van €4.000 aan vaste lasten en komt niet in aanmerking voor de TVL.

Aanvraag TVL

U kunt de subsidie vanaf 30 juni tot en met 30 oktober 2020 17.00 uur eenmalig aanvragen bij de RVO.

De vaststelling van de subsidie dient u vervolgens uiterlijk 1 april 2021 aan te vragen.

Tegemoetkoming Vaste lasten MKB 2.0

De huidige TVL-regeling ziet op een vergoeding in uw vaste lasten in de periode juni tot en met september 2020, welke tot en met 31 oktober kan worden aangevraagd. Het kabinet heeft besloten de TVL met driemaal drie maanden te verlengen, zodat u ook na 1 oktober ondersteuning zal worden geboden. De tijdvakken zijn gelijk aan die van de NOW 3.0.

De voorwaarden dat u minder dan 250 werknemers in dienst heeft en dat uw SBI-code moet zijn opgenomen in de lijst van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, blijven ongewijzigd.

De volgende voorwaarden zijn gewijzigd ten opzichte van de TVL 1.0:

  • Het maximale subsidiebedrag wordt verhoogd naar € 90.000 per drie maanden, in plaats van € 50.000 over vier maanden zoals bij de TVL 1.0 het geval was.
  • In het eerste tijdvak blijft een omzetdaling van 30% vereist. Voor het tweede tijdvak zal een omzetdaling van 40% en voor het derde tijdvak een omzetdaling van 45% vereist zijn. De wijze waarop de omzetdaling dient te worden berekend, is nog niet bekend.

Het is nog niet bekend vanaf welke datum de TVL 2.0 kan worden aangevraagd.

TOZO 1.0: Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) geldt voor zelfstandig ondernemers (waaronder ook BV's), dus niet alleen ZZP’ers, die in de knel komen door de Corona-crisis. Deze vraagt u aan bij de gemeente waarin u woont.

Op basis van deze tijdelijke regeling biedt de gemeente u voor maximaal drie maanden inkomensondersteuning tot aan het sociaal minimum. Dat komt per maand neer op maximaal € 1.500 (netto) voor gehuwden, of maximaal € 1.050 (netto) voor een alleenstaande vanaf 21 jaar. U hoeft deze inkomensondersteuning niet terug te betalen. Er is ook geen vermogens- en partnertoets.

U komt voor de TOZO in aanmerking indien u ouder bent dan 18 jaar, en jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Daarnaast moet u voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek, dit wil zeggen dat u in het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam was in uw eigen bedrijf of zelfstandig beroep.

Via deze link kunt u eenvoudig zien of u voor de TOZO in aanmerking komt.

Daarnaast kunt u een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van max. € 10.517 euro. Dit bedrag dient wél te worden terugbetaald. Het rentepercentage is nog niet bekend, maar zal in ieder geval onder het bij het Bbz gehanteerde percentage van 8% liggen.

De ervaring leert dat er nogal wat verschil bestaat tussen de informatie die door de verschillende gemeenten wordt opgevraagd bij de aanvraag voor de TOZO. Wij ondersteunen u uiteraard graag bij het indienen van deze aanvraag.

TOZO 2.0: Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

De TOZO-regeling wordt verlengd met vier maanden. Indien u reeds een TOZO-aanvraag heeft ingediend kunt u deze verlengen, of u kunt een nieuwe aanvraag indienen bij uw woongemeente indien u de TOZO nog niet eerder heeft aangevraagd.

De voorwaarden voor de TOZO blijven gelijk, behalve dat er één aanvullende voorwaarde gaat gelden. Er wordt namelijk vanaf 1 juni 2020 wél gekeken naar het inkomen van uw eventuele partner (tot en met 31 mei 2020 geldt deze partnertoets niet).

De mogelijkheden om op versoepelde voorwaarden een bedrijfskrediet aan te vragen, blijven bestaan. Ook hierbij geldt één extra voorwaarde. Om dit bedrijfskrediet te kunnen aanvragen, moet u namelijk een verklaring afgeven dat er geen sprake is van surseance van betaling of faillissement binnen uw bedrijf.

De tegemoetkoming kan worden aangevraagd tot en met 30 september 2020.

TOZO 3.0: Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

De Tozo zal met negen maanden worden verlengd tot en met 30 juni 2021.

De meeste voorwaarden blijven voor de Tozo gelijk, behalve op de volgende punten:

  • Per 1 oktober wordt in de Tozo 3.0 een beperkte vermogenstoets in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd. Deze toets komt dus in aanvulling op de toetsen die in de Tozo 2.0 bestaan. De toets houdt in dat u met meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contact geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komt voor de Tozo 3.0.  
    Let op: Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, worden buiten beschouwing gelaten.
  • Per 1 januari 2021 zullen gemeenten samen met u inventariseren of en welke ondersteuning u nodig heeft. Dit kan bijvoorbeeld gaan om coaching, advies, bij- of omscholing of heroriëntatie.  

Het is nog niet bekend vanaf welke datum de Tozo 3.0 kan worden aangevraagd. Het moment waarop de nieuwe aanvraag beschikbaar zal zijn, kan per gemeente verschillen. Houdt daarom de informatievoorziening van uw woongemeente goed in de gaten.

Uitstel van betaling belasting en melding betalingsonmacht

Als er liquiditeitskrapte ontstaat, bestaat de mogelijkheid om uitstel van betaling van belasting aan te vragen. Ondernemers kunnen bijzonder uitstel van betaling kunnen krijgen voor diverse belastingen. De voorwaarden voor het aanvragen van bijzonder uitstel van betaling zijn wegens de coronacrisis versoepeld.

Belastingsoorten
Het versoepelde uitstel geldt voor de volgende belastingen en heffingen:

  • inkomstenbelasting;
  • loonbelasting;
  • vennootschapsbelasting;
  • omzetbelasting (btw);
  • kansspelbelasting;
  • assurantiebelasting;
  • verhuurderheffing;
  • milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater);
  • accijns (minerale oliën, alcohol en tabak);
  • verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken;
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet;
  • BPM voor vergunninghouders (vanaf tijdvak mei 2020).

De dividendbelasting is expliciet uitgezonderd van het versoepelde uitstelbeleid, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt. Het kabinet roept bedrijven op voorlopig geen dividenden uit te keren. Ook zijn de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer uitgezonderd.

Verzoek na ontvangst (naheffings)aanslag
Iedere ondernemer die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen komt in aanmerking voor uitstel van betaling van zijn belastingschuld. Uitstel kan worden aangevraagd nadat aangifte is gedaan en een (naheffings)aanslag is ontvangen. Een verzoek om uitstel van betaling dat gedaan wordt vóórdat er een (naheffings)aanslag is opgelegd, kan de Belastingdienst niet in behandeling nemen en moet opnieuw worden ingediend.

Het verzoek om betalingsuitstel kan worden gedaan nadat een belastingaanslag is opgelegd voor één van de belastingsoorten waarvoor het versoepelde uitstel geldt. Een verzoek om uitstel geldt dan voor alle openstaande en nog op te leggen belastingaanslagen voor alle belastingsoorten waarvoor versoepelde uitstel geldt.

U kunt desgewenst een belastingaanslag betalen, als uitstel niet nodig is.

Per online formulier of brief
Het uitstel kan zowel met een online formulier als per brief worden aangevraagd. Klik hier voor meer informatie.

Betalingsuitstel drie maanden
Vanaf het moment van uw uitstelverzoek mag u de betaling van de belastingaanslagen waarvoor u uitstel hebt aangevraagd 3 maanden uitstellen. Het verzoek hoeft maar eenmalig te worden gedaan. Het uitstel geldt voor reeds opgelegde aanslagen vanaf de dagtekening van het uitstelverzoek en alle nog op te leggen aanslagen in de daaropvolgende maanden dat het betalingsuitstel geldt. Daarnaast geldt het uitstel totdat de Belastingdienst op het uitstelverzoek beslist.

Betalingsuitstel langer dan drie maanden
Mogelijk is uitstel van betaling voor drie maanden te kort. In dat geval kunt u ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. U kunt om deze langere uitsteltermijn vragen in het eerste verzoek om uitstel of hier binnen de periode van drie maanden na het eerste uitstelverzoek alsnog om vragen.

Dit verzoek kan online en schriftelijk worden ingediend. Het online-formulier is vanaf 29 juni 2020 beschikbaar op de website van de belastingdienst.

Bij het verzoek om uitstel langer dan drie maanden gelden aanvullende voorwaarden:

  1. U moet de omstandigheden aangeven waardoor uw onderneming door de coronacrisis is getroffen en waarom langer uitstel noodzakelijk is. U kunt bijvoorbeeld met cijfers aangeven dat uw omzet is gedaald ten opzichte van de afgelopen maanden, of dat uw opdrachten en boekingen zijn verminderd ten opzichte van de afgelopen maanden. Deze gegevens moet u binnen de periode van drie maanden aanleveren.
  2. Voor de belastingschuld waar uitstel voor wordt gevraagd moet voldaan zijn aan de aangifteplicht.
  3. Verbod op dividend, bonussen en inkoop eigen aandelen: Bij een uitstel van langer dan drie maanden moet de ondernemer verklaren dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.
    NB: Deze voorwaarde ziet niet op bonussen, dividenden en aandelen waarvan de uitbetaling en inkoop na het uitstelverzoek plaatsvindt, maar de daaraan ten grondslag liggende beslissing in 2019 is genomen.

Totale belastingschuld tot € 20.000
Als de totale belastingschuld op het moment dat de Belastingdienst het uitstelverzoek ontvangt lager is dan € 20.000, volstaat het verzoek. Een verklaring van een zogenoemde derde-deskundige is niet nodig.

Totale belastingschuld boven € 20.000
Bij een hogere belastingschuld dan € 20.000 moet daarnaast een liquiditeitsprognose én een verklaring van een derde-deskundige (bijvoorbeeld BonsenReuling) worden overgelegd. De derde-deskundige moet verklaren dat het aannemelijk is dat de financiële problemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan en verklaren dat de liquiditeitsprognose plausibel is. De derde-deskundige mag niet iemand uit uw eigen onderneming zijn.

Intrekking uitstel
Het verleende bijzondere uitstel van betaling heeft een tijdelijk karakter. De Belastingdienst trekt het in zodra de omstandigheden dit mogelijk maken. Dit kan het geval zijn als het kabinet de beperkingen opheft voor de branche waarin de ondernemer verkeert. Intrekking voor 1 oktober 2020 is in ieder geval niet aan de orde.

Voor intrekking krijgt de ondernemer de gelegenheid om een passende betalingsregeling af te sluiten die niet gebonden is aan een maximumtermijn of aan andere eisen die in het reguliere uitstelbeleid worden gesteld. Het kabinet beraadt zich over het op een verantwoorde manier intrekken van het uitstel van betaling en voor de vormgeving van de betalingsregeling.

Verlaging van uw voorlopige aanslag IB/VPB 2020
Uiteraard bestaat daarnaast altijd de mogelijkheid om de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting te verlagen middels het online portaal van de Belastingdienst. Dan betaalt u over het lopende boekjaar ook acuut minder belasting. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die u in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt u het verschil uitbetaald.

Geen boete
Bij aanvraag van bijzonder betalingsuitstel zal de belastingdienst de komende tijd automatisch de verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen terugdraaien. Ondernemers hoeven de boete niet te betalen en ook geen afzonderlijk bezwaarschrift tegen de boete in te dienen.

Het komt echter ook voor dat ondernemers niet tijdig hebben kunnen betalen door de coronacrisis, maar dat hun financiële positie tegen de tijd dat zij de naheffingsaanslag ontvangen zodanig is verbeterd dat zij op dat moment geen nader uitstel van betaling meer nodig hebben en dus ook niet officieel uitstel van betaling hoeven aan te vragen. De Belastingdienst vernietigt ook in die gevallen de betalingsverzuimboete, mits de ondernemer de naheffingsaanslag tijdig betaalt. Bezwaar maken tegen de betalingsverzuimboete is niet nodig.

Tijdelijke verlaging belastingrente en invorderingsrente
Daarnaast vindt er een verlaging plaats van de invorderingsrente en de belastingrente:

  • de invorderingsrente is met ingang van 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%.
  • de belastingrente is met ingang van 1 juni 2020 tijdelijk verlaagd van 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor de overige belastingen, naar 0,01% (voor de inkomstenbelasting met ingang van 1 juli 2020).

Het uitgangspunt is dat de tijdelijke verlaging tot 1 oktober 2020 duurt. Maar als de coronacrisis langer aanhoudt, kan die termijn worden verlengd.

Melding betalingsonmacht
De Belastingdienst heeft het beleid omtrent de melding betalingsonmacht op 8 april 2020 gewijzigd. Voor een commerciële onderneming die een rechtspersoon is en onder de vennootschapsbelasting valt, wordt het uitstelverzoek voor loonheffingen en/of omzetbelasting (btw) door de belastingdienst ook als een melding betalingsonmacht aangemerkt. De melding hoeft niet meer afzonderlijk te worden gedaan. Dit geldt voor zowel de al verstreken als voor de toekomstige tijdvakken. De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis. Het nieuwe beleid geldt voor aangiftetijdvakken die eindigen na 1 februari 2020. 

Tot 1 oktober 2020
Het versoepelde uitstelbeleid gold aanvankelijk tot 19 juni 2020. Maar het kabinet heeft op 28 mei 2020 deze einddatum verschoven naar 1 oktober 2020. Heeft u hulp nodig bij het aanvragen van uitstel van belastingbetaling, het doen van de melding betalingsonmacht en/of bij de aanvraag van vermindering van de voorlopige aanslag, neem dan contact op met uw eigen accountant/fiscalist van BonsenReuling.

Btw

  • Uitleen van zorgpersoneel aan een btw-vrijgestelde zorginstelling of zorgverlener is niet btw-belast in de periode 16 maart 2020 tot 1 oktober 2020. Voorwaarde: geen winst beogen en uitleen tegen brutoloonkosten plus. maximaal 5%. Deze tijdelijke regeling heeft geen invloed op het aftrekrecht van de uitlener, de behaalde omzet wordt genegeerd bij het bepalen van het aftrekrecht.
  • Geen btw-heffing op gratis verstrekking van medische hulpmiddelen aan zorginstellingen, zorginrichtingen en huisartsen. De aftrek van btw op de aanschaf bij de verstrekker wordt bepaald aan de hand van zijn normale bedrijfsactiviteiten. De gratis verstrekking wordt hierbij genegeerd.
  • Online sportlessen tegen vergoeding zijn tijdelijk belast met 9% btw.
  • Btw-nultarief op mondkapjes: Vanaf 1 juni 2020 is het dragen van (niet-medische) mondkapjes in het openbaar vervoer (OV) verplicht. Gelet daarop is in de periode vanaf 25 mei 2020 tot 1 oktober 2020 op de binnenlandse verkoop van mondkapjes het nultarief in de omzetbelasting (btw) van toepassing. Het nultarief geldt voor medische mondkapjes en voor niet-medische mondkapjes. Door het nultarief behoudt de verkoper het recht op aftrek van voorbelasting. Dit betekent dat de verkoper de btw die hij bij aanschaf van de mondkapjes betaalt, kan verrekenen in zijn btw-aangifte.

Loonheffingen

Kostenvergoedingen en werkkostenregeling (WKR)

  • Vaste reiskostenvergoedingen worden niet anders belast door de wijzigingen in het reispatroon en/of vaker thuiswerken. De werkgever mag uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding in het verleden gebaseerd is.
  • Andere vaste vergoedingen: Een werkgever mag gedurende de coronacrisis ook andere vaste vergoedingen ongewijzigd voortzetten en daarvoor blijven uitgaan van de aangenomen feiten waar de vergoeding op gebaseerd is. Voorwaarde is wel dat de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg op de vaste vergoeding. Als een recht op een vaste onkostenvergoeding afhankelijk was van een keuze van de werknemer (bijvoorbeeld bij een cafetariasysteem), dan moet de werknemer zijn keuze uiterlijk op 12 maart 2020 hebben gemaakt. De goedkeuring geldt niet voor een vergoeding voor extraterritoriale kosten (30%-regeling).
  • Vrije ruimte werkkostenregeling vergroot: De vrije ruimte die werkgevers hebben om onbelaste vergoedingen en verstrekkingen te geven is alleen voor 2020 eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever.
  • Onbelast vergoeden/verstrekken mondkapjes: De werkgever mag de kosten van mondkapjes onbelast vergoeden of verstrekken aan zijn werknemers. Deze kosten horen tot de werkelijke kosten van het openbaar vervoer, omdat werknemers vanaf 1 juni 2020 niet zonder mondkapje met het openbaar vervoer mogen reizen. Omdat de werkelijke kosten van openbaar vervoer gericht zijn vrijgesteld, vallen de mondkapjes daar ook onder. De vergoeding of verstrekking van mondkapjes gaat dus niet ten koste van de vrije ruimte.
  • Onbelast vergoeden/verstrekken arbovoorzieningen: De Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever erop toe te zien dat de werknemer thuis goed en veilig kan werken. De werkkostenregeling kent een gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen, die niet ten koste gaat van de vrije ruimte. Via deze vrijstelling kan de werkgever voorzieningen die samenhangen met zijn arboverplichtingen onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen aan de werknemer. Bij verplicht thuiswerken kan een werkgever bijvoorbeeld een beeldscherm, een toetsenbord en een werkstoel aan de werknemer vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen, mits die voldoen aan de eisen die de Arbeidsomstandighedenwet stelt aan beeldschermarbeid.

Verlaging gebruikelijk loon 2020 bij omzetdaling

  • Directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) mogen in 2020 tijdelijk van een lager gebruikelijk loon uitgaan, evenredig aan de omzetdaling van hun bedrijf. Het gebruikelijk loon over 2020 kan worden bepaald met de volgende formule, waarbij de omzet exclusief omzetbelasting (btw) moet worden genomen:
    gebruikelijk loon 2020 = gebruikelijk loon 2019 x (omzet 1e 4 maanden 2020 / omzet 1e 4 maanden 2019)
  • Aan deze verlaging met toepassing van de formule zijn voorwaarden verbonden:
    1. De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
    2. Als de dga feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit de formule, geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de dga gebruik maakt van de NOW. Een eventuele Tozo-uitkering is geen loon en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
    3. Van de verlaging van het gebruikelijk loon via deze formule kan geen gebruik worden gemaakt voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.
  • Toepassing van de formule kan er toe leiden dat het loon van de ab-houder lager is dan de wettelijke grenzen van € 46.000, 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meestverdienende werknemer. Toepassing van de formule kan niet leiden tot een hoger gebruikelijk loon. Het blijft daarnaast mogelijk op grond van de bestaande wettelijke mogelijkheden een lager gebruikelijk loon aannemelijk te maken.
  • In 2020 al uitbetaald loon aan de dga kan niet met terugwerkende kracht worden verlaagd. De BV mag het loon van de dga alleen voor de toekomstige maanden in 2020 verlagen.

Grensarbeiders

  • Met Duitsland en België is voor grensarbeiders die thuiswerken de afspraak gemaakt dat de loonheffing moet worden afgedragen in het land waar ze normaal gesproken zouden werken, mits de thuiswerkdagen uitsluitend het gevolg waren van de coronamaatregelen. Dit wijkt af van de regeling in de door Nederland gesloten belastingverdragen met Duitsland en België waarin staat dat de heffing in dergelijke gevallen aan de woonstaat is toegewezen. Grensarbeiders mogen in afwijking van de afspraak ook voor heffing in de woonstaat kiezen. Voor grensarbeiders die altijd al een aantal dagen thuis werken geldt de goedkeuring niet. De goedkeuring met België geldt vanaf 11 maart tot en met 31 augustus 2020 (verlenging moet worden overeengekomen). De goedkeuring met Duitsland geldt vanaf 11 maart tot en met 31 mei 2020 en wordt automatisch met een maand verlengd, totdat Nederland of Duitsland opzegt (dit is nog niet gebeurd).
  • Nederland, België en Duitsland zijn het eens over heffing in de werkstaat wanneer grensarbeiders thuiszitten en doorbetaald krijgen wanneer het bedrijf tijdelijk zijn deuren sluit.
  • Kurzarbeitergeld, Insolvenzgeld en Arbeitslosengeld (Duitse inkomensondersteuningen) zijn in Duitsland vrijgesteld van belastingheffing.  Kurzarbeitergeld, Insolvenzgeld en Arbeitslosengeld dat Duitsland betaalt aan in Nederland woonachtige grensarbeiders in de periode 11 maart 2020 tot en met 31 december 2020 worden in Nederland ook vrijgesteld van heffing (met zogenoemd progressievoorbehoud).Dit is het geval wanneer deze uitkeringen tezamen met andere Duitse (socialezekerheids)uitkeringen in een kalenderjaar € 15.000 of minder bedragen, omdat het belastingverdrag met Duitsland het heffingsrecht van deze uitkeringen dan toewijst aan het woonland Nederland.
  • Als een grensarbeider in Nederland woont en uit België wegens de coronacrisis een tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangt met behoud van de dienstbetrekking, dan is deze uitkering belast in het land waar het salaris voorheen ook belast was. 

Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

Om bedrijven sneller een liquiditeitsvoordeel te verlenen, kan een ondernemer die belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting (vpb) gebruik maken van een zogenoemde fiscale coronareserve.

Coronagerelateerd verlies
De VPB-belastingplichtige mag het verwachte Corona-gerelateerde verlies dat zich in het boekjaar 2020 voordoet van de winst in het boekjaar 2019 aftrekken. Fiscaaltechnisch gaat dit door ten laste van de winst over 2019 een fiscale coronareserve te vormen.

Voorwaarden
Aan het gebruik van de fiscale coronareserve zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • In het boekjaar 2020 is sprake van een verwacht Corona-gerelateerd verlies, ofwel verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
  • Het verwachte coronagerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020. Vorming van een coronareserve is dus niet mogelijk als de inschatting is dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten.
  • De dotatie aan de fiscale coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  • De fiscale coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen.

Het vormen van een fiscale coronareserve kan gevolgen hebben voor de toepassing van andere regelingen in de vpb. Voor de eventuele samenloop met die andere regelingen worden geen flankerende maatregelen getroffen. Het is dus aan de ondernemer om bij het vormen van de fiscale coronareserve rekening te houden met deze mogelijke gevolgen.

Via een verzoek tot herziening van de voorlopige aanslag vpb 2019 of het indienen van de vpb-aangifte 2019 kan (een deel van) de eerder verschuldigde vpb over het boekjaar 2019 worden verminderd. Is de vpb-aangifte 2019 al ingediend dan moet een aanvulling op die aangifte worden ingediend. Dat kan door opnieuw aangifte te doen.

BPM en motorrijtuigenbelasting

  • Tweede vrijstelling voor kortstondig gebruik wanneer het niet mogelijk was de eerste keer het motorrijtuig te laten keuren door de RDW vanwege Corona.
  • Overgangsregeling voor taxi’s wordt verlengd van 1 april tot 1 oktober 2020. Door verlenging van overgangsregeling kunnen de geplande – maar door de coronamaatregelen vervallen – keuringsafspraken verplaatst worden. Voorwaarde voor de verlengde overgangsregeling is dat de taxi vóór 1 januari 2020 is aangeschaft.
  • Geldigheid van een taxatierapport wordt verlengd naar 4 maanden.

Tijdelijke verlaging invorderings - en belastingrente

  • de invorderingsrente is met ingang van 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%.
  • de belastingrente is met ingang van 1 juni 2020 tijdelijk verlaagd van 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor de overige belastingen, naar 0,01% (voor de inkomstenbelasting met ingang van 1 juli 2020).
  • door de verlaging van de invorderingsrente naar 0,01% is ook de betalingskorting naar 0,01% teruggebracht. Ondernemers die hier nadeel van ondervinden kunnen bezwaar maken waarna de (hogere) betalingskorting alsnog wordt toegekend.
  • Vergoeding van invorderingsrente blijft 4%.
  • Het uitgangspunt is dat de tijdelijke verlaging tot 1 oktober 2020 duurt. Maar als de coronacrisis langer aanhoudt, kan die termijn worden verlengd.

Uitstel rente en aflossing bancaire financiering

Bedrijven met bancaire leningen tot € 2,5 mln kunnen 6 maand uitstel van aflossing krijgen, mits bedrijven in de kern gezond zijn. Sommige banken verlenen dit uitstel automatisch, tenzij u zelf meldt dat u dat niet nodig heeft. Bij andere banken moet u wel een verzoek tot uitstel indienen.

Voor leningen boven € 2,5 mln zijn sommige banken ook bereid om op individuele basis mee te denken. Een dergelijk traject met een bank ingaan vergt echter een gedegen voorbereiding begeleid door een deskundig adviseur.

Tot slot verlenen de meeste banken in overleg ook uitstel van betaling van rente en aflossing van uw persoonlijke lening of uw hypothecaire lening voor uw eigen woning.

Neem voor al deze regelingen contact op met uw eigen bank om te bespreken welke regelingen voor u toepasbaar zijn.

Deblokkeren g-rekening

Voor ondernemers met een g-rekening is, naast het tijdelijk versoepelde beleid van uitstel van betaling van een aantal belastingen, een aanvullende maatregel getroffen.

Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten, is het nu ook mogelijk om de g-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend voor loonheffingen en/of btw. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde liquiditeitsvoordelen als ondernemers zonder g-rekening.

Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering is op de website van de Belastingdienst geplaatst. De ondernemer moet eerst uitstel van betaling aanvragen voor de loonheffingen en/of btw. Daarna kan hij het verzoek om deblokkering indienen met het formulier “Verzoek deblokkering g-rekening”.

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

Een extra mogelijkheid om de liquiditeitskrapte het hoofd te bieden is het aanvragen van extra bancair krediet. Om zo’n kredietaanvraag makkelijker te maken, is de overheid bereid garant te staan voor een groot deel van dat krediet (BMKB voor het MKB), mits de onderneming een gezond toekomstperspectief heeft. Deze maatregel geldt voor een overbruggingskrediet of een tijdelijke verhoging van het rekening courant krediet voor de duur van maximaal 1 jaar.

Tot in ieder geval 1 april 2021 wordt deze regeling versoepeld, in die zin dat de overheid zich voor 75% van het totaal verstrekte krediet, voor 90% borg stelt.

U kunt uw eigen bank benaderen of een dergelijke regeling voor uw onderneming mogelijk is.

Heeft u hulp nodig bij het aanvragen van extra bancair krediet, neem dan contact op met uw eigen contactpersoon binnen BonsenReuling.

WW-premiedifferentiatie

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans betalen werkgevers per 1 januari jl. een hogere WW-premie voor werknemers met een flexibel contract. Onderdeel van deze regeling is dat werkgevers ook een hogere premie moeten betalen indien werknemers veel meeruren werken ten opzichte van hun contracturen (meer dan 30%).

Door het Coronavirus worden (met name) in de zorg veel overuren gewerkt. De overheid wil niet dat dit leidt tot hogere WW-premies voor de werkgevers in de zorg. Daarom zal zij een aanpassing uitwerken, zodat werkgevers (in ieder geval) in de zorgsector zich geen zorgen hoeven te maken over de hogere WW-premie.

Daarnaast geldt voor alle werkgevers, dat zij pas eind juni 2020 (in plaats van eind maart 2020) een schriftelijke arbeidsovereenkomst in hun administratie hoeven te hebben, om de lage WW-premie met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 te mogen toepassen.

Verruiming regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO-regeling wordt tijdelijk verruimd, dit betekent voor u dat het makkelijker wordt om een banklening of bankgarantie te verkrijgen. Het garantiebudget zal worden verhoogd van € 400 miljoen tot € 1,5 miljard. Daarnaast wordt ook de maximale GO-faciliteit per onderneming verhoogd van € 50 miljoen naar € 150 miljoen.

Uitstel afdracht pensioenpremies

De meeste Pensioenuitvoerders hebben toegezegd dat aangesloten bedrijven uitstel van afdracht van pensioenpremies kunnen krijgen. Deze regeling is niet vastomlijnd, maar is maatwerk per aangesloten bedrijf. Als u van deze regeling gebruik wenst te maken, kunt u contact opnemen met de pensioenuitvoerder waar uw bedrijf onder valt.

Rentekorting kleine ondernemers met microkrediet van Qredits

Kleine ondernemers met een microkrediet van Qredits zullen worden ondersteund door een uitstel van de aflossingsverplichting voor een periode van maximaal zes maanden. Over deze periode wordt tevens een rentekorting aangeboden. De openstelling van de crisismaatregel loopt tot en met eind mei 2020.

Borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven

De regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) is met ingang van 18 maart 2020 tijdelijk verruimd. Zodat daarmee de liquiditeitsproblemen van (gezonde) land- en tuinbouwbedrijven kunnen worden gefinancierd.

Stopzetten (voorlopige) aanslagen gemeenten (met name toeristenbelasting)

De overheid is met gemeenten in overleg over het stopzetten van voorlopige en definitieve aanslagen, met name toeristenbelasting. Daardoor hoeven ondernemers de toeristenbelasting waarschijnlijk voorlopig niet af te dragen, ook niet als zij al een voorlopige aanslag ontvangen hebben.

Overige maatregelen

Als u echt zwaar in de liquiditeitsproblemen raakt, zijn er nog veel meer mogelijkheden om de krapte even wat te verlichten.

Zo wordt er momenteel overleg gevoerd over het mogelijk uitgesteld betalen van vakantiegeld in sectoren waar het Coronavirus hard toeslaat (bijv. horeca en detailhandel). Zodra hierover meer bekend is, zullen wij u informeren op deze website.

Ook gemeenten en waterschappen hebben aangegeven coulant om te gaan met verzoeken tot uitgestelde betaling.

Aanvullende sectorale steun

Voor een aantal sectoren heeft de overheid besloten om een extra steunpakket aan te bieden. Het betreft (onder meer) de cultuursector, de evenementenbranche en de reisbranche. Een uitwerking van dit steunpakket zal per sector nader worden vastgesteld door het kabinet.

Belastingmaatregelen en garantiefondsen

Maatregelen die u van liquiditeit kunnen voorzien blijven beschikbaar. De verruiming van de Borgstelling MKB (BMKB-C) wordt verlengd tot 1 april 2021. De coronamodule in zowel de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C), als de regeling Klein Krediet Corona (KCC) heeft een looptijd tot en met 31 december 2020.

De periode om uitstel van betaling van belastingen aan te vragen of te verlengen, eindigt op 1 oktober 2020. Voor het aflossen van de belastingschuld die in de afgelopen maanden is opgebouwd, komt een aflossingsregeling. Deze aflossingsregeling wordt door het kabinet nog nader uitgewerkt.

De verlaagde invorderingsrente van 0,01% wordt verlengd tot en met 31 december 2021. De belastingrente zal per 1 oktober 2020 weer worden verhoogd tot het oorspronkelijk niveau van 4%. De belastingrente in de vennootschapsbelasting zal tot en met 31 december 2021 ook 4% bedragen.

De maatregel die strekt tot behoud van hypotheekrenteaftrek bij uitstel van hypotheekbetalingen (ook wel betaalpauze genoemd), wordt verlengd tot en met 31 december 2020. Deze betaalpauze wordt verlengd met 6 maanden, waardoor deze betaalpauze maximaal twaalf maanden kan duren.

Daarnaast zal er een aanvullende maatregel komen. In de inkomstenbelasting bestaat de mogelijkheid van aftrek van woon-werkverkeer dat met het ov wordt afgelegd en waarvoor geen vergoeding van de werkgever wordt ontvangen. Indien uw werknemers minder reizen naar hun werk vanwege het advies om zoveel mogelijk thuis te werken, heeft uw werknemer minder recht op reisaftrek terwijl de kosten van een ov-abonnement mogelijk gewoon doorlopen. Om deze reden zal het kabinet voor het jaar 2020 de reisaftrek in de inkomstenbelasting toepassen, alsof uw werknemer zijn reispatroon van voor de coronacrisis heeft voortgezet (mits de reiskosten van uw werknemer ongewijzigd zijn). Ook deze maatregel zal nader worden uitgewerkt.

Ons advies

Ons advies is om gebruik te maken van voornoemde maatregelen, ze zullen zeker een steentje bijdragen aan het overleven van deze lastige periode!

Onze collega's staan voor u klaar om u te adviseren en te ondersteunen bij het gebruikmaken van de maatregelen. Bij vragen kunt u uiteraard altijd contact met ons opnemen, wij zijn gewoon bereikbaar via de gebruikelijke telefoonnummers.

Schematisch overzicht

mr. Hester van Seventer
mr. Hester van Seventer

Senior jurist

mr. Sanne Freriks
mr. Sanne Freriks

Senior jurist

mr. Mark de Jonge RB
mr. Mark de Jonge RB

Directeur

mr. Geerke Vos
mr. Geerke Vos

Directeur

drs. Armand Fanchamps
drs. Armand Fanchamps

Btw- en overdrachtsbelastingspecialist

< >
ECOVIS
NBA
SRA
SMA
RBA