Kerstarrest

In het Kerstarrest is geoordeeld dat het box 3-stelsel vanaf 2017 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod en het eigendomsrecht als het fictieve rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Aanslagen moeten dan worden verminderd. De wettelijke regeling kent echter een uitzondering. Een vermindering vindt niet plaats als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit rechtspraak die pas is gewezen nadat de aanslag definitief is geworden. De Hoge Raad heeft in 2022 al beslist dat het Kerstarrest ‘nieuwe jurisprudentie’ is.

Gelijke behandeling en evenredigheid

De Hoge Raad ziet geen reden terug te komen van zijn eerdere beslissing uit 2022. Personen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, verkeren niet in dezelfde positie als wel-bezwaarmakers, waardoor van discriminatie geen sprake is. De uitzondering voor ‘nieuwe jurisprudentie’ is ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De doelen van rechtszekerheid en praktische overwegingen zijn legitiem en de nadelige gevolgen voor niet-bezwaarmakers zijn niet onevenredig. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden leiden, zijn niet gesteld. Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.

 

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:907 | 24-06-2026

Dennis Kemerink LL.M. RB

Senior Manager Belastingadvies

0545-46 36 26 d.kemerink@bonsenreuling.nl Stuur een bericht

Meer weten over wat we allemaal doen?

Plan een afspraak met één van onze specialisten.

Contact opnemen