BOR
De dochter doet een beroep op de BOR voor het volledige aandelenpakket. De inspecteur wijst dit gedeeltelijk af. Hij past de BOR slechts toe op 49% van de aandelen, omdat moeder de overige 51% nog geen vijf jaar in bezit had op het moment van de schenking. De dochter stelt dat de wet niet vereist dat het gehele geschonken pakket vijf jaar in bezit moet zijn geweest. Daarnaast beroept zij zich op het doel en de strekking van de BOR: moeder verkreeg de 51% immers krachtens erfrecht van vader, die de aandelen zelf decennialang hield.
Bezitseis
Het hof oordeelt dat de tekst van de wet duidelijk is. Deze vereist dat de schenker de geschonken aandelen gedurende vijf jaar voorafgaand aan de schenking onafgebroken in bezit heeft gehad. Moeder voldoet aan deze eis voor het 49%-pakket dat zij sinds 1986 houdt, maar niet voor de 51% die zij pas in 2017 verkreeg. De BOR is daarom slechts van toepassing op 49% van de schenking. Het hof komt niet toe aan een uitleg naar het doel en de strekking van de BOR, omdat de wettekst geen ruimte voor twijfel laat. De Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting voorziet weliswaar in uitzonderingen op de bezitseis, maar niet in een situatie als deze waarin de schenker binnen vijf jaar vóór de schenking aandelen krachtens erfrecht verkrijgt.
