BonsenReuling wint hoger beroep inzake bedrijfsopvolging bij een vastgoed-bv
BonsenReuling wint hoger beroep inzake bedrijfsopvolging bij een vastgoed-bv

BonsenReuling wint hoger beroep inzake bedrijfsopvolging bij een vastgoed-bv

10-4-2014

Het accountants- en belastingadvieskantoor BonsenReuling heeft op dinsdag 8 april 2014 in hoger beroep voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden met succes de belangen van een cliënt verdedigd.

De cliënt had een geschil met de belastingdienst over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling bij schenking van aandelen in een vastgoed-bv aan zijn dochter. Door deze regeling kan een acute belastingclaim voorkomen worden bij een bedrijfsopvolging door schenking of vererving. Die fiscale faciliteit is bedoeld om de continuïteit van een onderneming te waarborgen. Een van de voorwaarden voor de regeling is echter dat een onderneming uitgeoefend moet worden, hetgeen door de belastingdienst werd betwist.

De belastingdienst nam het standpunt in dat een vastgoed-bv met circa 25 panden die zich al jaren bezighoudt met de verhuur, de koop- en verkoop en de bouw- en verbouw van vastgoed, geen onderneming drijft. Er is volgens de belastingdienst bij de exploitatie van vastgoed sprake van normaal vermogensbeheer c.q. beleggingsvermogen waarvoor de regeling niet geldt. De activiteiten van de bv werden dus gelijkgesteld aan een particuliere belegger.

Door de ervaring en expertise van cliënt, hij was van origine makelaar, zijn grote betrokkenheid bij (ver-)bouwprojecten en de aard en omvang van het vastgoed oordeelde het hof echter dat er wel degelijk sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer. Door deze betrokkenheid zou er namelijk een hoger rendement op het vermogen behaald kunnen worden dan dat een ‘normale' belegger behaalt. De conclusie is dat er sprake is van ondernemingsvermogen, met als gevolg dat de bedrijfsopvolgingsregeling kon worden toegepast. Daarmee is de acute belastingdruk van deze cliënt met meer dan € 1 miljoen verlaagd.

Het betreft een interessante uitspraak omdat er veel onduidelijkheid bestaat omtrent dit onderwerp. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft nu duidelijke handvaten gegeven waarmee bepaald kan worden of er sprake is van ondernemingsvermogen en is dus zeer van belang voor de fiscale rechtspraktijk.

ECOVIS
NBA
SRA
SMA
RBA