Wanneer moet het vakantiegeld worden betaald?
Bij de meeste werknemers wordt het vakantiegeld in mei of juni in één keer uitbetaald. Dit kan gelijktijdig met het reguliere salaris, maar ook op een apart moment in die maand. In sommige organisaties wordt het vakantiegeld in termijnen (bijvoorbeeld in mei en december) of zelfs maandelijks uitbetaald.
Is er een cao van toepassing? Dan bepaalt deze wanneer en hoe de vakantiebijslag wordt uitbetaald.
Is er geen cao, dan mag de werkgever dit zelf bepalen, mits het opgebouwde vakantiegeld uiterlijk in juni van het daaropvolgende jaar is betaald.
Kan een werkgever door bijzondere omstandigheden het vakantiegeld niet tijdig betalen, dan is uitstel alleen mogelijk in overleg met de werknemers.
Hoe hoog is het vakantiegeld?
Het wettelijk minimum voor vakantiebijslag bedraagt 8% van het bruto loon. In sommige cao’s geldt een hoger percentage of een minimum bedrag per jaar.
De grondslag waarover vakantiegeld wordt opgebouwd verschilt per cao. Vaak gaat het om het verdiende brutoloon over een referteperiode (bijvoorbeeld van mei tot mei of juni tot juni). In de cao staat doorgaans exact omschreven welke loonbestanddelen meetellen.
Is er geen cao, dan geldt dat vakantiegeld wordt opgebouwd over alle bruto inkomsten, met uitzondering van:
- winstuitkeringen
- vergoedingen voor zorgkosten
- kostenvergoedingen die nodig zijn voor de functie
- incidentele uitkeringen
Bij een opbouw van 8% komt het bruto vakantiegeld neer op ongeveer één bruto maandsalaris. Netto ziet dit bedrag er vaak heel anders uit.
Waarom valt het netto vakantiegeld lager uit?
Vakantiegeld dat niet maandelijks wordt uitbetaald, wordt fiscaal aangemerkt als een bijzondere beloning. Over bijzondere beloningen wordt loonheffing ingehouden volgens het zogenoemde bijzonder tarief.
Dit tarief is gebaseerd op het jaarloon van het voorgaande kalenderjaar. Anders dan bij het reguliere salaris worden bij het vakantiegeld geen loonheffingskortingen meer toegepast. Die zijn namelijk al volledig verrekend bij het maandsalaris. Hierdoor wordt over het vakantiegeld vaak een hoger percentage loonheffing ingehouden.
Het doel hiervan is om te voorkomen dat een werknemer bij de aangifte inkomstenbelasting moet bijbetalen.
Het bijzondere tarief dat voor een werknemer geldt, staat altijd vermeld op de salarisspecificatie.
Bijzondere tarieven 2026 (met loonheffingskorting)
| Jaarsalaris |
Bijzonder tarief |
Verrekenings-percentages |
Bijzonder tarief incl. verrekeningspercentages |
| € 0 – € 11.357 |
0,00% |
0,00% |
0,00% |
| € 11.358 – € 12.922 |
35,75% |
-8,32% |
27,43% |
| € 12.923 – € 23.930 |
35,75% |
-31,01% |
4,74% |
| € 23.931 – € 29.736 |
35,75% |
-1,95% |
33,80% |
| € 29.737 – € 38.883 |
35,75% |
4,45% |
40,20% |
| € 38.884 – € 45.592 |
37,56% |
4,45% |
42,01% |
| € 45.593 – € 78.426 |
37,56% |
12,91% |
50,47% |
| € 78.427 – € 143.554 |
49,50% |
6,51% |
56,01% |
| € 143.555 en hoger |
49,50% |
0,00% |
49,50% |
Let op: past een werknemer geen loonheffingskorting toe (bijvoorbeeld omdat hij meerdere werkgevers heeft), dan gelden andere tarieven, namelijk:
- 35,75% bij een inkomen tot € 38.884
- 37,56% bij een inkomen tot € 78.427
- 49,50% wanneer er over 2025 € 78.427 of meer is verdiend.
Vragen over vakantiegeld?
De regels rondom vakantiegeld verschillen per cao en per praktijksituatie.
Twijfel je over de juiste grondslag, het bijzondere tarief of de verwerking in de salarisadministratie? Wij denken graag met je mee.
